vrijdag 6 januari 2012

Dag 30: Chiclayo Heat

Vandaag weer een lange rit: ruim 800 km (van Lima naar Chiclayo, in het noorden van Peru). We vertrekken bijtijds, rond een uur of 6 in de ochtend, en zien nu ook de andere kant van Lima: uitgebreide sloppenwijken die nog het meeste weghebben van de townships in Zuid-Afrika. Ongeveer 90% van de inwoners van Lima zijn gehuisvest in deze wijken, zo blijkt. Enkele gidsen wisten ons daarnaast te vertellen dat Lima ruim 8 miljoen inwoners zou hebben.
We zijn al een half uur onderweg, maar zien links en rechts nog steeds sloppenwijken. De weg (Panamericana 1) voert ons lange tijd langs de kust; soms zien we de zee, soms zitten we daar wat verder vanaf. We passeren enkele stadjes, in het groen, midden in het dorre woestijngebied. Onderweg zien we veel plantages met onder meer rietsuiker (denken we), mais en tabak. Hoe meer we naar het noorden (richting de evenaar) rijden, hoe meer rijstvelden we ook tegenkomen. Bij de kust worden ook de kippenfarms populairder.
De reis verloopt verder voorspoedig. Rond een uur of 8 in de avond bereiken we ons hotel in Chiclayo, veilig en wel. Maar wat was het een bloedhete dag...




donderdag 5 januari 2012

Dag 29: It's a small world after all...


We verblijven vandaag in Lima, waar we een vrije dag tot onze beschikking hebben. Ton gaat, vergezeld van een aantal leden van de technische teams, een reserveband laten maken. Dit lukt prima. En als we dan toch met de wielen bezig zijn, controleren we de remblokken ook nog even. Hier wordt al snel duidelijk hoe de bergrit van gisteren zijn tol heeft geëist: de remblokken, nog nieuw bij vertrek, zijn aan vervanging toe. Ton heeft uiteraard nieuwe remblokken bij zich, en heeft ze er in no time onder gezet.
Rond de middag is alles klaar, en neemt Ton een taxi naar het historisch centrum van de stad, op zoek naar de mooie pleinen. Maarten is al eerder, samen met Aike en Jan (equipe 51), naar downtown Lima vertrokken; maar wat wil het toeval: vader en zoon komen elkaar tegen. Wat is de wereld toch klein...
’s Avonds hebben we nog gezellig op een terrasje kunnen eten bij onze vriend Miguel, een glad Engels pratende ober. Het leven speelt zich hier ’s avonds duidelijk op straat af: volop drukte, een gezellige markt, en overvolle terrasjes. Een licht zeebriesje komt via de straten van Lima vanaf de Grote Oceaan omhoog. Genieten. Maar niet te lang: morgen hebben we weer een lange rit voor de boeg.





Dag 28: Rood = GO!


Vandaag gaan we van Nazca naar de hoofdstad van Peru, Lima. Het is een rit van ongeveer 400 km, waarvan een deel autoweg. We vertrekken vanuit een gortdroge streek, en bezoeken onderweg nog even een uitzichtspunt; hier zouden lijnen zichtbaar zijn, die allerlei bijzondere figuren moeten voorstellen. Wij zien niks; ook geen aliens. En die hadden ze ons ook nog beloofd...
We rijden richting de kust en zien steeds meer groen om ons heen: een agrarisch gebied met grote wijngaarden, mais- en aspergevelden. Bijzonder om te zien: midden in de woestijn komje grote, omheinde percelen tegen waar de gewassen er gezond en groen uitzien. Het kan niet anders dan dat de velden bevloeid worden, maar je zien nergens beregening. Waarschijnlijk gebeurt dit ondergronds, in het doorlatende zand, waardoor er geen verdamping is. Af en toe bereikt een penetrante geur onze verder zo frisse cockpit: dit blijken enkele nabijgelegen kippenfarms te zijn. Een kippenhok bestaat hier uit een dak op palen, met wat plastic aan de zijkant. De farms hebben een immense omvang.
Op een gegeven moment zien we de zee; de weg naar Lima verloopt vanaf dat moment nagenoeg constant langs de kustlijn. Links van ons de zee; rechts een onbegroeide zandwal van enkele tientallen meters hoog. De kippenfarms zijn ook op het strand terug te vinden. Lekker windje, he?
Ongeveer 20 kilometer voor Lima worden we opgevangen door de Peruaanse Volvo-club. Zij zullen ons tot vlak voor Lima begeleiden; vanaf dat moment zullen we door de lokale politie naar het Hilton-hotel geholpen worden. Opnieuw een unieke ervaring: de politie rijdt op motoren mee, dwars door het drukke stadsverkeer, driftig fluitend en gebaren makend. We mogen, nee: moeten alle rode lichten negeren. En zo arriveren we al vrij vlot bij ons hotel.
’s Avonds krijgen we bij het diner nog een toespraak van de (plaatsvervangende) ambassadeur. De stad Lima, pal aan zee, oogt vriendelijk en opgeruimd. Morgen hebben we hier een vrije dag te besteden. Houzee!



Ons hotel in Nazca





Dag 27


Na het aangename verblijf in Cuzco staat een rit van 650 km, naar Nazca op het progamma. We vertrekken vroeg, want we willen voor donker binnen zijn. Rijden in het donker is toch wel erg vermoeiend en we vermijden dat dus liever. De rit gaat, vooral in het begin voorspoedig. De gemiddelde snelheid is echter niet hoog, want het is continue klimmen en dalen, met af en toe eem mooie kronkelende weg door een dal. Zo klimmen en dalen we meerdere malen tussen ca 2000 m en ruim 4000 m. Het is eigenlijk continue haarspeldbochten rijden. Na een korte tussenstop, start de auto van Job niet meer. Benzinepomp vervangen en aan zuigleiding doorgeblazen en de auto loopt weer. Opnieuw schitternde berglandschappen. We zien langs de weg de nodige agrarische activiteiten, met gewassen als tabak, mais, aardappelen. Allemaal kleinschalig. De kennis uit de aardrijkskundeles, dat de boomgrens op ruim 1500 m ligt moet nodig worden bijgesteld. Dat geldt niet voor de hele wereld. Hier zie bomen en andere gewassen tot op 4000 m. Darboven wordt het toch hoofdzakelijk mos en lopen er alleen nog lama’s, waarvoor we dan ook zo nu en dan moeten remmen. Na zo’n 4000 km moeten we naar een hoogte van ruim 4500 m. Ditmaal is het echter warm en mat name het laatste stuk gaat erg steil, waardoor we langzaam vooruit gaan. Op een gegeven moment komeen we een team tegen die de auto dwars over de weg heeft staan. Ze zijn de auto aan het omkeren, in een poging deze weer aan de praat te krijgen. We bieden hulp en voeren diverse reparaties uit. We vervangen de benzinepomp, want een testje leert dat er geen benzine bij de carburateur komt. De auto rijdt 200 m en valt dan weer stil. Wevullen koelvloeustof bij en vervangen de thermostaat voor een koudere. Wederom rijdt de auto een paar honderd meter en valt dan weer stil. We krijgen de auto niet aan de praat. Als we omhoog kijken, zien we de weg naar booven kronkelen en we zien op diverse plaatsen auto’s staan met de motorkap open. We kunnen net zien dat het allemaal Volvo’s zijn. We besluiten verder te gaan en het team met de auto die niet aan de praat te krijgen is, wacht op het technisch team dat nog mot langskomen. We komen langs de auto’s die langs de weg staan en stoppen een par keer. Iedereen heeft dezelfde problemen. Auto krijggt geen benzin meer. We kunnen dus geen hulp bieden en rijden verder. Op 4500 m, en hoge temperatuur zijn deze oude volvo’s toch echt aan de grens van hun kunnen. Ze trekken voor geen meter meer. Je bent blij als je in de eerst versnelling nog op gang komt. Onze auto, met de B 200 K motor kan het allemaal toch net een beetje beter aan. We berijken de hoogte en gaan dan dalen, maar kort daarna ook weer klimmen . We blijven boven de 4000 m. Nu er af en toe wat meer rijwind is, gaat het beter. Bij het afdalen ontwikkeld zich een beetje een wedstrijdje en het gaat, ondanks de haarspeldbochten hard naar beneden. In een kort klimmetje besluit Ton dan ook maar eens vol gas te geven. De anderen kunnen dit niet volgen en we liggen een eind voorop, hetgeen bij het afdalen het prettigst is. Je kunt je eigen tempo bepalen. Het schemert inmiddels en we rijden over een plateau op een hoogte van zo’n 4300 m. Werkelijk prachtig. Prachtige zonsondergang en een stukje door de wolken gereden. In de afdaling komen de anderen weer bij een we belanden in een groepje van een stuk of 8 Volvo’s en nog enkele Peruviaanse auto’s. Het wordt inmiddels donker en we beginnen nu echt contunue te dalen. We gaan van 4500 m naat ongeveer 750 m. In het rijtje, inmiddels donker en iedereen de lichten aan is het niet prettig rijden. Het is werkelijk de ene haarspeld bocht na de andere en j ziet overal auto lampen van links naar rechts gaan. Zowel voor je als in de spiegel. Als er een gelegenheid is haalt Wijnand Vos een aantal anderen in en wij gaan hiermee mee en komen dus voor het rijtje uit. Dat gaat prettiger, maar het gaat echt snoeihard. Met piepende banden door d haarspeldbochten, maar we vinden het veiliger voor de groep uit te blijven. Onze auto stuurt overigen perfect. Bij het aansnijden van de bocht lijkt hij licht onderstuurt, maar laat je iets gas na, of rem je iets, dan gaat hij onmiddelijk neutraal. Voelt echt prettig aan.  Vlak voor Nazca, de plaats van bestemming, is een politiepost en er staan straatlampen. We wachten hier op de overige teams. De politie komt naar ons toe en vraagt waarom we niet doorrijden. De agent spreekt een paar woorden frans en we leggen uit dat we op de anderen wachten. De agent is uiterst vriendelijk en beripvol. Dat is trouwens toch wat ons opvalt hier in Peru. De mensen zijn uiterst vriendelijk en niet opdringerig. Het geeft je echt het gevoel dat je hier welkom bent. We rijden door naar ons hotel, dat weer een oud klooster is.
’s Avonds aan tafel, praten we uiteraard nog even na over de gebeurtenissen en al de “ benzinepomp problemen”  Onze conclusie is, dat er benzinedamp ontstaat aan de zuigzijde van de benzinepomp, waardoor deze niet meer werkt. De oorzaak moet gezocht worden in de hoge temperatuur van de motor ( en dus de benzinepomp) en de lage luchtdruk ( op 4500 m nog maar ca 0,6 bar) .  Ook het team, dat op de technische dienst heeft gewacht, komt binnen . Toen de motor wat was afgekoeld hebben zij het nog eens geprobeerd. Ze zijn in de eerste versnelling naar boven gereden. Bovendien daalde met het vallen van de avond de buitentemperatuur. Er zijn enkele teams die problemen hebben gehad met kokende remvloeistof. Ook hier speelt de lage luchtdruk een rol. Bij een druk van 0,6 bar, neemt de lucht maar 60 % van de warmte op die lucht normaal zou opnemen. Hoofdoorzaak is echter het ( voor deze auto’s) veel te snel dalen, waarbij we vlakke stukken niet gebruiken om, op de motor afremmend snelheid kwijt te raken. We geven gewoon gas bij om snelheid te houden. We zijn het erover eens dat we dit eits verstandiger moeten gaan doen.Maar goed, we zijn allemaal weer heel en gezond aangekomen. Wat zien we mooie natuur, mooie landschappen en vriendelijke mensen. Gewoon teveel ervaringen in korte tijd.




dinsdag 3 januari 2012

Tussendoortje: ¡Feliz año, amigos!

Namens de hele vloot Volvo-liefhebbers (en daarmee natuurlijk ook namens onszelf) wensen wij iedereen een gezond en gelukkig 2012 toe. Dank voor alle leuke reacties; deze worden ook in 2012 zeer op prijs gesteld...



Voor de mensen met haast: wij zijn te zien op 10:31 en 11:20 (ondertiteling volgt)...

Dag 26: Nieuwjaarsdag


Geen tijd om uit te brakken deze morgen: om negen uur ’s ochtends vertrekken we per auto naar een project van Stichting HoPe (Holland/Peru), het goede doel dat aan deze reis verbonden is. Zo kunnen we met eigen ogen aanschouwen wat de stichting voor de lokale samenleving heeft betekend (en nog kan betekenen). We worden ontvangen bij een plaatselijke basisschool, waar de leerlingen ons zelfgemaakte armbandjes, een gekookte aardappel en een stuk caviavlees aanbieden. Daarnaast worden we getrakteerd op een kleine opvoering met dans en muziek.
Na het bezoek aan de school, die mede mogelijk is gemaakt door Stichting HoPe, bezoeken we het centrum van Cuzco. We worden hartelijk ontvangen door enkele lokale notabelen. Het weer zit weliswaar niet mee, maar desalniettemin worden we luid toegejuicht wanneer we onze auto’s op het centrale plein parkeren. We ontvangen allemaal nog een speldje van Stichting HoPe. Walter, oprichter van de stichting, wordt onderscheiden als ereburger van Cuzco. Wij maken, toeristisch als we zijn, van de vrije uurtjes gebruik om de plaatselijke souvenirwinkeltjes te verkennen.






Dag 25: Oud en nieuw in Cuzco


Oudjaarsdag, 31 december 2011. Het hotel waar we verblijven heeft een bijzonder gezellige uitstraling: de kamers zijn verdeeld over een aantal knusse woninkjes, die (heel authentiek) van elkaar gescheiden worden door struiken, grasveldjes, vijvertjes en tegelpaden. Ook het eten is hier prima in orde: het ontbijtbuffet is zelfs voorzien van een omeletbar. Jawel, omeletbar: Maarten is in zijn nopjes.
Voor deze laatste dag van het jaar staat een bijzondere excursie op het programma: Machu Pichu. Deze oude Inca-stad ligt echter niet om de hoek: we vertrekken ’s ochtends rond acht uur, en zullen pas rond zeven uur in de avond terug zijn bij het hotel voor de nieuwjaarsviering. Eerst drie kwartier in de bus, dan anderhalf uur in de trein, en dan nog eens een half uurtje in de bus; maar geloof ons, het is elke kilometer waard.
Machu Pichu werd in 1912 ontdekt, niet ver van Cuzco. Het is opmerkelijk dat een stad die zo oud is, zo goed bewaard is gebleven. En dat op 2438 meter hoogte, midden tussen de steile bergen, in een gebied waar nog wel eens een aardbeving wil voorkomen. Onder de ruim 400.000 toeristen die hier jaarlijks naartoe komen, zal dit Unesco-werelderfgoed dan ook nauwelijks meer te lijden hebben...
Onze gids weet ons op boeiende wijze allerlei wetenswaardigheden bij te brengen:. Waarom vestigden de Inca’s zich bijvoorbeeld juist hier, in dit onherbergzame gebied? Hoe kan het dat de huizen nog niet zijn ingestort, terwijl de Inca’s geen cement hadden? En hoe kregen ze die grote keien überhaupt meegesleept en doorgebroken? De antwoorden zijn vaak verrassend simpel: wanneer de praktische middelen tekortschieten, begint het creatieve brein pas echt te werken.
In de trein terug bellen we nog even naar het thuisfront; aangezien we hier inmiddels zes uurtjes achterlopen, knallen in Nederland de champagneflessen al om 18.00 uur plaatselijke tijd. Voor ons begint het feest pas later op de avond: om half 11 krijgen we een heerlijk buffet aangeboden, waar we (na een lange dag) dan ook dankbaar gebruik van maken. Het eten was nog maar nauwelijks gezakt, of Maarten werd de dansvloer op gesleept door een gemaskerde deerne van het Peruaanse type. Een feestelijk danstafereel was het gevolg; de beenspieren zijn reeds getraind voor carnaval.
Dan is het ineens middernacht, en begint het vuurwerk te knallen. Op de berg achter ons hotel branden de woorden: Happy New Year 2012. Heel typisch, om in het de lichtflitsen van het vuurwerk nog een paar lama’s te zien vluchten. Er wordt nog volop gedanst en het is beregezellig, al houden de meesten (wij dus ook) het rond een uur of twee ’s nachts voor gezien: morgen moeten we weer vroeg op...